Ga één regel verder Geregistreerd copyright by A. Emmes, Utrecht 2001. Alleen deze tekst
 Ga naar de homepage.  Ga naar de algemene trefwoordelijst. Hele bladzijde of verander alleen het
gele menu: Albert Einstein   Bodanis-1   Bodanis-2   Schmitt   Het kind van Noach   Etty Hillesum    Gebed voor ongelovigen    Course in Miracles    Course in Miracles -2   Meurois    begrijpen    waarde    ziel            
Ga één pijl verder Ga één pijl terug Ga terug naar het begin van dit veld. Albert Einstein: "Verbeeldingskracht is belangrijker dan kennis."
"Logica brengt je van A naar B. Verbeelding brengt je overal."
Ga één pijl verder Ga één pijl terug Ga terug naar het begin van dit veld. Bodanis, David : E=mc². De biografie van de formule die de wereld veranderde. Uitg. Ambo, Amsterdam, 2001, 2003. ISBN 90-263-1796-4. Zie recentie.
Ga één pijl verder Ga één pijl terug Ga terug naar het begin van dit veld. Bodanis, David : Het elektrisch universum, een geschiedenis van de elektriciteit. Uitg. Ambo, Amsterdam 2005. ISBN 90 263 1751 4
Zie recentie.

blz. 181: "Onze hersenen wegen slechts drie pond, maar er zijn ongeveer 100 miljard actieve zenuwcellen in ingebed. Dat levert evenveel electrische seinstations op als er sterren in het melkwegstelsel zijn. Signalen flitsen door onze zenuwen met een snelheid van ongeveer 160 ilometer per uur; ze doen er slechts enekel duizendsten van seconden over om de synapiche spleten over te steken en in de volgende zenuw verder te gaan. Aangezien de natriumpompen (die zijn al eerder uitgelegd A.E.) en de neurotransmitters sneller bewegen dan rotsen naar beneden vallen of bomen omvallen, kunnen wij hun merkwaardige constructies gebruiken om ons intact te houden terwijl we ons ontwijkend en struikelend een weg door het leven banen."
Ga één pijl verder Ga één pijl terug Ga terug naar het begin van dit veld. Schmitt,, Eric-Emmanuel: Meneer Ibrahim en de bloemen van de koran. Uitg. Atlas, Amsterdam, 2003. ISBN 90-450-0959-5. recentie.

"Hoe lukt u dat toch, meneer Ibrahim, om gelukkig te zijn?"
'Ik weet wat er in mijn koran staat.'
"Misschien moet ik uw koran maar eens inpikken. Ook al hoor je dat niet te doen als je joods bent."
'Ach Momo, wat zegt jou dat nou, joods zijn?'
"Weet ik veel. Voor mijn vader betekent het de hele dag somber zijn. Voor mij... is het alleen maar iets waardoor ik niet iets anders kan zijn."
Meneer Ibrahim stak me een pinda toe. 'Je hebt geen goede schoenen, Momo. Morgen gaan we schoenen kopen.'
Ga één pijl verder Ga één pijl terug Ga terug naar het begin van dit veld. Eric-Emmanuel Schmitt: Oscar en oma Rozerood. Uitg. Atlas, Amsterdam, 2004. ISBN 90-450-0477-1. recentie.
blz.8-9
"Kortom het ziekenhuis is onwijs leuk, als je een patiënt bent waar ze blij mee zijn.
Maar ze zijn niet meer blij met mij. Sinds mijn beenmergtransplantatie merk ik heel duidelijk dat ze niet meer blij met me zijn. Als dokter Düsseldorf me 's morgens onderzoekt, doet hij dat omdat het nou eenmaal moet, maar ik stel hem teleur. Hij kijkt naar me zonder iets te zeggen, alsof ik iets verkeerd heb gedaan. Toch heb ik echt mijn best gedaan... ...Soms heb ik zin om hem uit te schelden, hem te zeggen dat het misschien wel aan hem ligt, aan dokter Düsseldorf met zijn zwarte wenkbrauwen, dat de operatie is mislukt. Maar hij ziet er zo ongelukkig uit dat de scheldwoorden me in de keel blijven steken. Hoe zwijgzamer dokter Düsseldorf is met zijn verdrietige gezicht, des te schuldiger ik me voel. Ik heb begrepen dat ik een slechte patiënt ben geworden, een zieke die je belet te geloven dat dokters alles kunnen.
De mening van een dokter is besmettelijk. Nu kijkt de hele verdieping- alle zusters, coassistenten en schoonmaaksters - mij net zo aan. Ze zien er verdrietig uit als ik in een goed humeur ben. Ze dwingen zichzelf te lachen als ik een grapje maak. Echt, we hebben niet meer zo'n lol als eerst. Alleen oma Rozerood is niet veranderd. Volgens mij is ze toch te oud om nog te veranderen. En bovendien is ze daar te veel oma Rozerood voor."
recentie.
Ga één pijl verder Ga één pijl terug Ga terug naar het begin van dit veld. Eric Emmanuel Schmitt: Het kind van Noach. Uitg. Atlas, Amsterdam, 2004. ISBN 90-450-1401-7. recentie.
blz. 83: "Door een slimme truc met het schoolreglement wist vader Puym het klaar te spelen dat we sabbat konden houden: zaterdag was een verplichte rustdag. Huiswerk maken en onze lessen leren mochten we pas op zondag na de vespers. “Voor de Joden begint de week op zondag, voor de Christenen op maandag. Hoe komt dat, vader?” “In de bijbel – die zowel de Christenen als de Joden moeten lezen – wordt gezegd dat God, toen hij de wereld schiep, zes dagen werkte en de zevende rustte. Wij moeten net doen als hij. De Joden beschouwden zaterdag als de zevende dag. Maar later wilden de Christenen zich van de Joden onderscheiden omdat die weigerden Jezus als de Messias te erkennen, en daarom zeggen ze dat Zondag de zevende dag is."
"Wie heeft er gelijk?"
"Wat doet dat ertoe?"
"Zou God de mensen niet kunnen vertellen wat hij ervan denkt?"
"Het gaat er niet om wat God ervan denkt, maar wat de mensen van God denken."
"Hmm... Als ik het zo hoor, heeft God zes dagen hard gewerkt en daarna niets meer uitgevoerd!
" Telkens als ik ergens verontwaardigd over was, barstte vader Puym in lachen uit. Ik probeerde steeds maar weer de verschillen tussen de twee godsdiensten kleiner te maken en ze tot één geloof terug te brengen, maar keer op keer weerhield hij me ervan om de dingen te simplificeren.
"Joseph, jij zou willen weten welke van de twee het ware geloof is, maar dat zijn ze geen van beiden! Geen enkel geloof is waar of niet waar, een geloof is een manier van leven."
"Hoe kan ik nou godsdiensten respecteren als ze niet waar zijn?"
"Als je alleen maar de waarheid respecteert, respecteer je niet zoveel. Het enige waar je dan respect voor hebt, is 2 + 2 = 4. Maar daarnaast krijg je met allerlei onzekerheden te maken, zoals gevoelens, normen, waarden keuzes - allemaal wankele en veranderlijke constructies. Geen rekensommetjes. Respect heeft niet betrekking op dat wat vaststaat, maar juist op dat wat in overweging wordt gegeven."



Ga één pijl verder Ga één pijl terug Ga terug naar het begin van dit veld. blz.100 (Nadat een Duitse officier de onderduikers had ontdekt en de pater geld gaf om wat lekkers voor de kinderen te kopen. Zodra de officier weg is valt de pater om z'n knieën om God te danken. ):
"Gelooft u echt dat het God is die ons geholpen heeft, vader?" Ik profiteerde van mijn Hebreeuwse lessen om vragen te stellen die me niet loslieten.
Vader Puym keek me minzaam aan. "Eerlijk gezegd, nee, m'n jongen. Daar bemoeit God zich niet mee. Dat ik me sinds de reactie van die Duitse officier goed voel, komt doordat ik weer een beetje vertrouwen in de mens heb gekregen."
"Ik denk dat het door u komt. God heeft een zwak voor u."
"Kletskoek!"
"Gelooft u niet dat als we ons vroom gedragen, als een goed Jood of een goed Christen, ons dan niets kan overkomen?"
"Waar haal je zo'n dom idee vandaan?"
"Van de catechismus. Vader Bonifatius...."
"Hou op! dat is gevaarlijk kletspraat. De mensen doen elkaar onderling kwaad en God bemoeit zich er niet mee. Hij heeft de mensen als vrije wezens geschapen. Dat betekent dat wij lijden en lachen zonder dat dat iets met onze goede of slechte eigenschappen te maken heeft. Welke verschrikkelijke rol wil jij God toebedelen? Kun je je ook maar een seconde voorstellen dat iemand aan de nazi's ontkomt omdat God hem liefheeft, terwijl de ander gevangen wordt genomen omdat God een hekel aan hem heeft? God bemoeit zich niet met onze zaken."
"Bedoelt u dat wat er ook gebeurt, het God een zorg zal zijn?"
"Ik bedoel: dat wat er ook gebeurt, God zijn taak heeft volbracht. Nu is het onze beurt. Wij moeten voor onszelf zorgen."
Ga één pijl verder Ga één pijl terug Ga terug naar het begin van dit veld. Eric Emmanuel Schmitt: Mijn leven met Mozart. Uitg. Atlas, Amsterdam, 2005. ISBN 90-450-1205-7. recentie.

blz. 34: "Wonderlijk wat je zojuist hebt klaargespeeld! Je stuurt me droevige muziek en daarmee neem je mijn verdriet juist weg. .... ....
Eerst dacht ik dat je me dit adagio uit medeleven stuurde, alleen maar om me te bewijzen dat jij ook verdriet had gekend. Maar toen de muziek verder ging, merkte ik dat je me iets anders vertelde. Hoewel de klarinet lieflijk en teder klonk, weigerde hij te buigen, te zwichten voor somberheid, maar steeg juist omhoog, zong, steeds stralender, bereikte een ander niveau. Het verdriet had een ander aanzien gekregen. Van gevoel maakte jij een meesterwerk. Het verdriet was in schoonheid veranderd."
Ik leunde met mijn rug tegen de leren achterbank, legde mijn hoofd achterover en liet mijn tranen de vrije loop. Huilen, eindelijk. ... ... Huilen. Daarna accepteren.

Ga één pijl verder Ga één pijl terug Ga terug naar het begin van dit veld. ETTY HILLESUM: Het verstoorde leven. Haarlem 1981, 131-132.

Zondagochtendgebed.

Het zijn bange tijden, mijn God.
Vannacht was het voor het eerst,
dat ik met brandende ogen slapeloos in het donker lag
en er vele beelden van menselijk lijden langs mij trokken.
Ik zal je één ding beloven, God, een kleinigheidje maar:
ik zal mijn zorgen voor de toekomst
niet als even zovele zware gewichten aan de dag van heden hangen,
maar dat kost een zekere oefening.
Iedere dag heeft nu aan zichzelf genoeg.
Ik zal je helpen, God, dat je het niet in mij begeeft,
maar ik kan van tevoren nergens voor instaan.
Maar dit ene wordt me steeds duidelijker:
dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen
en door dat laatste helpen wij onszelf.
En dit is het enige wat we in deze tijd kunnen redden
en ook het enige waar het op aankomt:
een stukje van jou in onszelf, God.
En misschien kunnen we ook eraan meewerken
jou op te graven in de geteisterde harten van anderen.
Ja, mijn God, aan de omstandigheden schijn jij niet al te veel te kunnen doen,
ze horen nu eenmaal hij dit leven.
Ik roep je er ook niet voor ter verantwoording,
jij mag daar later ons voor ter verantwoording roepen.
En haast met iedere hartslag wordt het me duidelijker:
dat je ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen
en dat we de woning in ons, waar jij huist,
tot het laatst toe moeten verdedigen
Er zijn mensen, het is heus waar,
die nog op het laatste ogenblik stofzuigers in veiligheid brengen
en zilveren vorken en lepels in plaats van jou, mijn God.
En er zijn mensen die hun lichaam in veiligheid willen brengen
die alleen nog maar behuizingen zijn voor duizend angsten en verbitteringen.

En ze zeggen: mij zullen ze niet in hun klauwen krijgen.
En ze vergeten dat men in niemands klauwen is,
als men in jouw armen is.
Ik begin alweer wat rustiger te worden, mijn God, door dit gesprek met jou.

ETTY HILLESUM,
Uit: Het verstoorde leven.
Haarlem 1981, blz. 131-132.

Ga één pijl verder Ga één pijl terug Ga terug naar het begin van dit veld. Gebed voor ongelovigen:

O God, als het waar is dat U bestaat,
Leer mij U te erkennen,
Toon mij de waarheid
en leidt mij op de juiste weg.

En laat mij ook zien wat ik niet zie!

Heb dit fragment ooit in mijn dagboekje overgeschreven zonder bronvermelding. Helaas herinner ik me alleen nog dat de bron een boek was dat me reuze aansprak. De tijd doet echter soms rare dingen met je geheugen. Het kan dus ook zijn dat het uit een andere bron komt.
Ga één pijl verder Ga één pijl terug Ga terug naar het begin van dit veld. Course in Miracles:
All anger is nothing more than an attempt to make someone feel guilty.

Ga één pijl verder Ga één pijl terug Ga terug naar het begin van dit veld. The end of the world is not its destruction, but its translation into heaven.
Ga één pijl verder Ga één pijl terug Ga terug naar het begin van dit veld. Meurois-Givaudan, Anne en Daniël : De negen maanden. Uitg. Ankh Hermes, Deventer, 1993. ISBN 90 202 5603.3 (Verder lezen over het incarnatieproces)

Ga één pijl verder Ga één pijl terug Ga terug naar het begin van dit veld. Blz. 86: "Mijn woorden hebben alleen waarde als ze jullie raken en in jullie iets levends opwekken, als ze jullie bouwelementen in handen kunnen geven.
Ga één pijl verder Ga één pijl terug Ga terug naar het begin van dit veld. Begrijpen betekent niet alleen maar registreren, het betekent dat je een licht met je meedraagt en dat op zijn beurt dynamisch maakt."

Ga één pijl verder Ga één pijl terug Ga terug naar het begin van dit veld. Blz. 85: "Wat is de ziel?"
"Is het misschien de adem die aan het lichaam ontsnapt op het moment van zijn dood? Maar wie kan mij zeggen wat de dood is?"
"De dood is altijd dat wat zich verbergt aan de andere kant van het gordijn, aan welke kant je je ook bevindt. Het is dat uitroepteken, dat vraagteken, dat teken van ontzetting, dat mogelijke land waarvoor je nooit een visum denkt te krijgen!"

blz. 86: "Aan de andere kant van het gordijn waar jullie weldra achter zullen verdwijnen, denkt iedereen dat hij een lichaam is dat eventueel bewoond wordt door een ziel. Aan deze kant, hier, zegt iedereen juist dat hij een ziel is en dat deze zich gedwongen voelt ooit een lichaam aan te nemen...
Dus wat doen jullie aan beide kanten? Jullie houden de scheiding in stand, jullie zaaien opnieuw dualiteit. En wat is waar?
Op dit ogenblik zijn jullie niet meer ziel dan lichaam. Jullie zijn een bron van leven die een ondergeschikte persoonlijkheid genereert uit een vorm die al net zo ondergeschikt is. Jullie ziel is een bron van leven die jullie nog niet zien en die lijkt op fabelachtig geheugen. (blz. 87:) Jullie horen me dus niet via deze verschijningsvorm die weer in een nieuw jasje naar de aarde gaat, maar via een verzameling van realiteiten, een verzameling van verschillende lagen van het bewustzijn die een verzameling van dichte deeltjes zal omhullen.
Jullie zijn nog niet met jullie ziel verenigd; jullie hebben nog niet oog in oog met haar gestaan en daarom wil ik dat jullie haar nu beter leren kennen. Het is belangrijk dat jullie er tot ver voorbij de overtocht een duidelijker en juister beeld van bewaren. Niet omdat zij jullie doel is, maar omdat zij een fase is die jullie moeten afbakenen, onderscheiden en vervolgens overschrijden." ...
Het gaat om de wil om in jezelf de herinnering te bewaren aan de totaliteit van alles wat je bent. Het gaat om de wil om op ieder moment van het leven dat zich openstelt, de beperking van de geïncarneerde persoonlijkheid te overschrijden. Het gaat om de wil om aan jezelf te werken, om zo doende aan het geheel te kunnen werken.
Dat wat jullie "ziel" noemen dekt slechts de lagere realiteiten ervan, dat wil zeggen jullie emotioneel gestel, jullie psychische kenmerken, jullie causaal geheugen. Dat wat jullie ziel noemen zou je eigenlijk ziel-persoonlijkheid moeten noemen.
Zij is de regisseur van degene die zich heel serieus identificieert met zijn tijdelijk masker.
Zij is ook het ego, dat leem, die klei die zich zo gemakkelijk dor alle reizigers, door alle stromen die haar weg kruisen laat modelleren."


Ga één pijl verder Ga één pijl terug Ga terug naar het begin van dit veld. David Richo: Mijn schaduw en ik, ontdek de kracht van je donkere kant.
Uitg. Ten Have, Kampen, 2003. ISBN 90-259-5341-7

blz.25: "Laat mij zonder voorbehoud luisteren naar de boodschap van mijn schaduw. Ik wil weten wat zij mij over mijzelf te zeggen heeft. Ik wil zowel luisteren met de openheid en de verwondering van een kind, als met de schat van ervaring die ik als volwassenen heb opgedaan. Ik ben klaar voor de dans met mijn schaduw."


Ga één pijl verder Ga één pijl terug Ga terug naar het begin van dit veld.
Citaten of Helende citaten van Kharitidi of Citaten van Robert Redfield of Citaten van Tao.






Ga één pijl verder Ga één pijl terug Ga terug naar het begin van dit veld.